Naar de inhoud

Hoe lang moet ik een A/B-test laten lopen?

Data en CRO · Kjetill Sintzen · bijgewerkt 29 augustus 2026

Kort antwoord

Minstens twee volle weken, altijd in hele weken, en niet langer dan ongeveer zes. Stop pas als je het vooraf afgesproken aantal conversies binnen hebt, en niet op het moment dat de uitslag er mooi uitziet. Vroeg stoppen bij een groen vinkje is de fout die we het vaakst zien.

Twee volle weken is de ondergrens, en de reden is saai: mensen gedragen zich niet elke dag hetzelfde. B2B-verkeer piekt doordeweeks, consumentenverkeer in de avond en in het weekend. Loopt je test tien dagen, dan zit er anderhalve week in en weegt de ene dinsdag zwaarder dan de andere. Maar tijd alleen is niet genoeg. Je hebt ook een vooraf bepaald aantal conversies nodig, en dat aantal spreek je af voordat je de test aanzet.

Hele weken, minstens twee, hooguit zes

Start op maandag en stop op zondag, of start op donderdag en stop op woensdag. Zolang je in hele weken denkt, wegen alle dagen even zwaar. Twee weken is het minimum, drie tot vier is normaal, en boven de zes weken krijg je nieuwe problemen: bezoekers wissen hun cookies en belanden in de andere variant, campagnes veranderen, het seizoen schuift op.

Houd ook rekening met wat er buiten je test gebeurt. Een test die over de bouwvak of de kerstweken loopt, meet vooral de bouwvak. Zet hem dan liever stil en begin opnieuw. Datzelfde geldt als je halverwege je advertentiebudget verdubbelt: dan verandert je publiek en meet je twee dingen tegelijk. Hoe je verkeer je uitslag kleurt, zie je terug in verkeer dat wel klikt en niet koopt.

Waarom vroeg stoppen zo vaak misgaat

Elke keer dat je naar een lopende test kijkt, geef je jezelf een nieuwe kans om toevallig een verschil te zien. Een drempel van 5 procent betekent dat je bij een enkele meting 5 procent kans hebt op vals alarm. Bij twintig onafhankelijke metingen is de kans op minstens een vals alarm al 64 procent. In een lopende test zijn die metingen niet onafhankelijk, dus zo extreem wordt het niet, maar de richting klopt: wie elke dag kijkt en stopt zodra het groen is, plukt vooral toevalstreffers.

Het patroon is herkenbaar. Dag drie: variant B staat 40 procent voor en iedereen is enthousiast. Dag tien: het verschil is 6 procent. Dag veertien: er is geen verschil meer. De eerste dagen zijn de onbetrouwbaarste, omdat een handvol conversies dan het hele beeld bepaalt.

Spreek daarom vooraf twee dingen af en schrijf ze op: het aantal conversies per variant waarbij je stopt, en de einddatum. Kijk tussendoor gerust of de test technisch draait, maar niet naar de uitslag. Vergeet daarbij niet dat geweigerde toestemming je meetbare conversies drukt, dus hoe consent mode staat ingesteld bepaalt mede hoe lang je bezig bent.

Wat je doet als er geen winnaar uitkomt

Geen verschil is ook een uitslag, en meestal de eerlijkste. Het betekent dat je wijziging niet groot genoeg was om iets uit te maken. De reflex is dan om de test te verlengen tot het wel significant wordt. Dat is dezelfde fout in een ander jasje: je blijft doorzoeken tot het toeval een keer jouw kant op valt.

Maak de volgende test liever groter. Test geen knoptekst maar een andere opzet: een ander aanbod bovenaan, een prijs erbij, een formulier van drie in plaats van acht velden. Grote verschillen toon je met veel minder verkeer aan en ze leveren ook meer op als ze werken. Waar die grote verschillen zitten, weet je meestal al uit de vier lekken tussen bezoek en aanvraag.

Houd bij wat je getest hebt, ook de tests die niets deden, en zet er de aantallen bij in plaats van percentages. Na een jaar heb je een lijst die meer waard is dan de losse uitslagen, want hij vertelt waar jouw klanten wel en niet op reageren. Reken de opbrengst daarna terug naar aantallen aanvragen per maand, niet naar procenten. Zo houden wij het bij in conversieoptimalisatie.

Zo doen wij dit

Voor elke test die wij aanzetten ligt er een blad met vier regels: de hypothese, wat we precies veranderen, het aantal conversies per variant waarbij we stoppen, en de einddatum. Dat blad is de afspraak. Halverwege bellen om te vragen wie er wint, gebeurt bij ons niet, en als jij belt zeggen we hetzelfde: we kijken op de afgesproken dag.

We laten tests altijd in hele weken lopen en noteren erbij wat er in die periode nog meer speelde: een actie, een feestdag, een campagnewijziging, een storing. Bij de uitslag rapporteren we het verschil in absolute conversies en het aantal waarop het gebaseerd is, zodat je zelf ziet hoe stevig het is. Levert het niets op, dan staat dat er ook, met wat we eruit geleerd hebben.

Testen zit in het doorlopende werk per maand, omdat een losse test zelden zinvol is. Ligt je verkeer daarvoor te laag, dan raden we het af en doen we een eenmalige CRO-scan, met aanpassingen die je zonder test kunt doorvoeren.

De fout die we het vaakst zien

Op dag vier stoppen omdat variant B ver voorstaat. Dat is de fout die we het vaakst zien en hij voelt goed, want de tool zet er zelf een winnaarslabel bij. Bij een handvol conversies zegt een voorsprong van 40 procent niets, en na twee weken is hij meestal verdampt. Spreek je stopmoment vooraf af en houd je eraan, ook als het tussentijds tegenvalt.

Bronnen

  • Google Ads Help, documentatie over campagne-experimenten en leerfase
  • Google Analytics Help, documentatie over key events en rapportageperiodes
  • Eigen praktijkcijfers aiplusmarketing, augustus 2026
Kjetill Sintzen, founder & general manager

Kjetill Sintzen

Founder & General Manager

Strategie, AI en automatisering, SEO en GEO, data en CRO, ontwikkeling, finance.

Hier helpen we mee: Conversieoptimalisatie

Gerelateerde vragen

Persoonlijk, duidelijk, transparant.