Hoeveel kleuren en lettertypes heb ik nodig?
Kort antwoord
Twee lettertypes en vier tot zes kleuren, elk met een vaste rol. Meer keuze levert geen rijker merk op, alleen meer twijfel per ontwerp. Geef elke kleur een taak, achtergrond, tekst, vlak of accent, en leg de verhouding vast. Zo blijft je accentkleur een accent en wordt het geen behang.
In de meeste huisstijldocumenten die wij openen staan negen kleuren en drie lettertypes. In de praktijk gebruikt iedereen er twee van elk, en de rest zorgt vooral voor discussie. Een klein palet is geen beperking maar een besparing: hoe minder er te kiezen valt, hoe sneller iets af is en hoe meer alles op elkaar lijkt. Dat laatste is precies wat herkenning doet.
Twee lettertypes, drie of vier gewichten
Je hebt er twee nodig: een voor de koppen, met karakter, en een voor de lopende tekst, die vooral leesbaar moet zijn. Bij ons is dat Fraunces voor de koppen en Inter voor alles wat gelezen wordt. Een derde letter voeg je alleen toe met een functionele reden, bijvoorbeeld een monospace voor tabellen. Beide letters die wij gebruiken staan onder de SIL Open Font License: gratis en commercieel te gebruiken. Bij betaalde letters betaal je vaak per website en per drukwerkproject.
Kies daarna drie of vier gewichten en niet negen. Elk gewicht is een apart bestand dat je bezoeker downloadt. Je grootste zichtbare element hoort binnen 2,5 seconden op het scherm te staan, en een stapel lettertypebestanden is een van de makkelijkste manieren om dat te verspelen. Vier gewichten dekken kop, tussenkop, tekst en nadruk.
Vier tot zes kleuren, elk met een taak
Ons eigen palet, Inkt en Olijf, bestaat uit vijf kleuren met een vaste rol. Papier (#F7F5EE) is de achtergrond, inkt (#1A1A18) draagt de tekst, linnen (#E8E4D9) vult vlakken, olijf (#4A5240) is de persoonlijkheid en brons (#8B7355) is het accent en de verbinding. Zo hoort elke kleur bij een taak in plaats van bij een gevoel, en hoeft niemand te bedenken welk groen in die knop moest.
Belangrijker dan het aantal is de verhouding. Bij ons ligt die vast op papier 50 procent, inkt 25, linnen 15, olijf 7 en brons 3. Hier gaat de gangbare aanname mis: veel ondernemers willen hun merkkleur zo veel mogelijk in beeld. Zet olijf op elk vlak en het is geen merkkleur meer maar een achtergrond. Op een A4 die je uitprint beslaat ons brons ongeveer drie procent van het papier, en juist daardoor valt het op.
Contrast is geen smaak maar een norm
Kleur kiezen is pas af als je hebt gecontroleerd of je er tekst op kunt zetten. De norm is WCAG 2.1 niveau AA: minstens 4,5 op 1 voor gewone tekst en 3 op 1 voor grote koppen en interface-elementen. Verkoop je online aan consumenten, dan is dat sinds 28 juni 2025 ook wettelijk relevant via de European Accessibility Act. Micro-ondernemingen die diensten leveren vallen erbuiten, maar alleen bij minder dan tien medewerkers en maximaal twee miljoen euro omzet.
Ons eigen palet laat zien dat dit geen formaliteit is. Inkt op papier haalt ongeveer 16 op 1 en olijf op papier ongeveer 7,5 op 1: allebei ruim genoeg. Brons op papier komt uit op ongeveer 4,1 op 1 en zakt daarmee onder de eis voor bodytekst. Wij gebruiken brons dus voor lijnen, cijfers en korte labels, niet voor alinea’s. Zulke combinaties leg je vast in je huisstijl, samen met de rest van het systeem uit het verschil tussen een logo en een huisstijl.
Waar je keuze eigenlijk vandaan komt
Kleur en letter zijn geen smaakkwestie maar een vertaling van je positie. Een merk dat rust verkoopt, kan geen felle kleuren gebruiken zonder zichzelf tegen te spreken. Waar die positie vandaan komt staat in wat positionering is en waarom dat meer is dan een slogan, en hoe je diezelfde keuze in woorden doortrekt in wat een tone of voice is.
Test je keuze op de plek waar hij het zwaarst te verduren krijgt: een tijdlijn vol beeld van anderen. Val je daar niet op, kijk dan naar waarom je post bijna geen bereik krijgt, want opvallen is zelden alleen een kleurprobleem. Wij leggen palet en typografie vast binnen strategie en branding, als onderdeel van een eenmalig traject.
Zo doen wij dit
We stellen een palet nooit samen op een wit scherm. Eerst zetten we de kleuren in de context waar ze het meest gebruikt worden: een webpagina, een social post tussen andere posts, en een geprinte offerte. Daarna meten we elke tekstcombinatie op contrast en schrijven we de uitkomst op in het huisstijldocument. Combinaties die de 4,5 op 1 niet halen, krijgen een vaste uitzondering met een minimumformaat erbij.
Voor typografie kiezen we standaard twee families en maximaal vier gewichten per familie, bij voorkeur letters onder een open licentie. Dat is geen zuinigheid: het scheelt licentiekosten per project en het houdt de website snel. Bij een webshop of een site met veel verkeer kijken we ook wat het laden van die letters doet met de snelheid van de pagina.
Vastleggen doen we met hexcodes, rollen en verhoudingen, plus de sjablonen waarin ze al goed staan. Dit hoort bij een huisstijltraject, dat we eenmalig afrekenen en dat meebeweegt met de omvang. Een los kleuradvies verkopen we niet, want zonder toepassing blijft het een plaatje. Kleuren met genoeg contrast kiezen we sowieso, want dat leest voor iedereen prettiger; of de toegankelijkheidsnorm voor jouw site verplicht is, zoekt een jurist zo voor je uit.
De fout die we het vaakst zien
De fout die we het vaakst zien is een palet dat alleen op een moodboard klopt. De kleuren staan mooi naast elkaar, maar niemand heeft geprobeerd er tekst op te zetten. Een halfjaar later staan er lichtgrijze letters op een zachte achtergrond die op een telefoon buiten onleesbaar zijn. Meet het contrast voordat je de kleuren vastlegt, niet nadat de website al gebouwd is.
Bronnen
- W3C, WCAG 2.1 niveau AA, contrastverhoudingen voor tekst en interface-elementen
- Europese Commissie, European Accessibility Act, van kracht sinds 28 juni 2025
- web.dev, documentatie over Core Web Vitals en LCP
- Eigen praktijkcijfers aiplusmarketing, augustus 2026
Hier helpen we mee: Strategie en branding