Heb ik een brandbook nodig?
Kort antwoord
Zodra meer dan een persoon iets maakt namens je bedrijf. Ben je de enige die ontwerpt en schrijft, dan kun je nog wachten. Werk je met een drukker, een bureau of een collega, dan verdient een document van vijf tot tien pagina's zich terug. Wat het kost hangt af van wat er al ligt en van hoeveel er opnieuw vastgelegd moet worden.
Het moment waarop je merkt dat je er een nodig hebt is meestal een mail. Een drukker of een beursbouwer vraagt om je huisstijl, en je stuurt een logo in PNG, een screenshot van je website en de zin dat het groen ‘ongeveer zo’ moet. Wat je terugkrijgt is dan bijna nooit wat je bedoelde. Een brandbook is het antwoord op die mail, eenmalig opgeschreven.
De grens ligt bij de tweede maker, niet bij de omvang van je bedrijf
Zolang jij de enige bent die ontwerpt, schrijft en post, zit het systeem in je hoofd en werkt dat prima. Met een tweede maker is dat voorbij. Die tweede maker is vaker een externe partij dan een collega: de drukker, de websitebouwer, de stagiair die de social doet, de leverancier van je beursstand, de fotograaf. Vier of vijf partijen die allemaal een eigen interpretatie hebben, is genoeg voor vier of vijf merken.
Om diezelfde reden wijzen wij aanvragen af. Ben je in je eentje net begonnen, dan is een brandbook zonde van je geld en kun je dat budget beter in je website steken. Bureaus verkopen het graag aan iedereen die net is ingeschreven, maar zonder tweede maker los je een probleem op dat je nog niet hebt. Wat je dan wel nodig hebt staat in het verschil tussen een logo en een huisstijl.
Wat er minimaal in staat
Een bruikbaar brandbook is vijf tot tien pagina’s en bevat dit:
- Het logo in alle varianten, met minimumformaat en de witruimte die eromheen vrij blijft.
- Het kleurpalet met hexcodes, een rol per kleur en de combinaties die je voor tekst mag gebruiken.
- Twee lettertypes met een vaste schaal en de licentie erbij.
- Beeldstijl: wat voor foto’s wel, welke nooit.
- De toon, met drie voorbeeldzinnen.
- De vindplaats van de bronbestanden en de sjablonen.
Die toegestane kleurcombinaties zijn geen detail. Verkoop je online aan consumenten, dan geldt sinds 28 juni 2025 de European Accessibility Act, met WCAG 2.1 niveau AA als norm. Dat betekent onder meer een contrast van 4,5 op 1 voor gewone tekst. Micro-ondernemingen die diensten leveren zijn uitgezonderd, maar alleen bij minder dan tien medewerkers en maximaal twee miljoen euro omzet. Leg dus vast dat brons op papier niet als bodytekst mag, in plaats van dat later per pagina te ontdekken.
Wat het kost en wanneer het zich terugverdient
Wat je betaalt hangt af van de vorm: een klein pakket, een uitgebreid traject of een traject waarin ook een nieuwe huisstijl onder je merk komt te liggen. Zet daar de tijd naast die je nu kwijt bent: drie leveranciers die per jaar vier keer iets navragen, twintig minuten per keer, is vier uur. Reken dat door tegen een gangbaar bureautarief van 80 euro per uur en je zit op ruim 300 euro aan zoekwerk, en dan is er nog niets misgegaan.
De echte rekening komt pas als er wel iets misgaat. Een oplage folders in de verkeerde tint, een beursdoek dat opnieuw geprint moet, een advertentie die eruitziet alsof hij van een ander bedrijf is. Dat zijn bedragen van een paar honderd tot een paar duizend euro per keer, en ze komen altijd op het slechtste moment.
Wat je gerust kunt weglaten
Laat je geen boekwerk aansmeren. Merkarchetypen, een moodboard van twaalf pagina’s en een schema met je merkessentie zien er indrukwekkend uit in een presentatie en worden daarna nooit meer geopend. Kort en vindbaar wint van compleet.
Wat er wel bij hoort, is de toon waarin je schrijft, want die wordt vaker gebruikt dan je logo. Hoe je die vastlegt staat in wat een tone of voice is en hoe je die vastlegt, en of je merk daarnaast een verhaal nodig heeft lees je in moet mijn merk een verhaal hebben. Blijkt tijdens het maken dat je huisstijl zelf niet meer klopt, dan is wanneer je je huisstijl moet vernieuwen de eerste vraag. Wij pakken dit op binnen strategie en branding.
Zo doen wij dit
Wij leveren een brandbook als webpagina, niet als PDF. Een PDF gaat rondzwerven in mailboxen en is binnen een jaar achterhaald; een pagina heeft een adres dat je aan een leverancier stuurt en die je bijwerkt zonder dat er versies ontstaan. Ons eigen boek, Inkt en Olijf, is zo opgebouwd: logo, kleur, typografie, hiërarchie, toon en toepassingen, in die volgorde.
We beginnen niet bij het ontwerp maar bij een inventarisatie: wie maakt er op dit moment iets namens je bedrijf, en waar halen die mensen hun bestanden vandaan. Dat is meestal een lijst van vier tot zeven partijen. Elke regel in het brandbook moet een vraag beantwoorden die op die lijst gesteld wordt, anders schrijven we hem niet op.
Wat er bij oplevering meegaat spreken we per opdracht af. Meestal zijn dat de bronbestanden in een gedeelde map en drie tot vijf sjablonen voor wat je het vaakst maakt. Er is een klein pakket, een uitgebreide variant en een traject waarin ook de huisstijl opnieuw wordt vastgelegd. We zetten een datum in het jaar waarop we het document nalopen, zodat het niet stilletjes veroudert. Toegankelijkheid staat bij ons als ontwerpregel in het brandbook, en of de wet daar in jouw geval ook iets over zegt, checkt een jurist voor je.
De fout die we het vaakst zien
De fout die we het vaakst zien is een brandbook dat alleen beschrijft en niets uitlevert. Er staat keurig in welk lettertype je gebruikt, maar het bestand zit er niet bij en niemand weet wie de licentie heeft. De drukker mailt dus toch weer, en die mail wordt beantwoord door degene die het snelst reageert, niet door degene die het weet. Lever regels en bestanden altijd samen.
Bronnen
- Europese Commissie, European Accessibility Act, van kracht sinds 28 juni 2025
- W3C, WCAG 2.1 niveau AA, contrasteisen voor tekst
- Eigen praktijkcijfers aiplusmarketing, augustus 2026
Hier helpen we mee: Strategie en branding